De Levensboom, de boom van ‘Eeuwig Leven’


De entree met centraal daarin Johannes de Doper en de Levensboom

Het denken over het hiernamaals is iets van alle tijden. Al in het oude mesopotamie stelden zich de mensen zich een kosmos voor, bestaande uit een onderwereld, een platte aarde en daarboven de hemel, de verblijfplaats van hun goden. Door andere culturen beinvloed (denk aan Babylonië) namen de Joden dit wereldbeeld makkelijk over, omdat het pastte bij hun eigen religie. Tegenstelling en twistpunt was dat de joden maar 1 god erkenden. Via de Bijbel beinvloedde dit beeld het latere joods-christelijke denken over hemel en hel, waarbij de hel net als de oude onderwereld een plaats van pure ellende was. Dat laatste is nog steeds de officiële leer van de RK-kerk, maar Paus Johannes de 13e zou desgevraagd zeer taktisch geantwoord hebben: de hel, ze bestaat wel, maar er zit niemand in!

Van een hiernamaals was in de oude wereld nog geen sprake. De egyptenaren waren de eersten die, in hun kringloopmodel, over een soort wedergeboorte spraken. Uit hun ‘dodenboek’ zien we dat bij de weging van de ziel de beslissing viel of men de ‘vredige velden’ in mocht gaan, een vruchtbaar land waar de dode zijn aardse leven kon voortzetten. Bij de oude grieken was het de legende van Orpheus die aan de basis stond van een nieuw denken, namelijk dat er naast de onderwereld ook nog een gelukzalig oord moest zijn. Er wordt voor het eerst gesproken over de onsterfelijke ziel, waarvoor de dood een bevrijding is. Homeros schrijft over de Elysisische velden, de beloning voor mensen die bij leven een bijzondere prestatie hadden verricht.

De romeinen namen veel van de grieken over en kenden, denk aan hun enorme rijk, verschillende visies over een voortbestaan. Voortbestaan in het werk dat iemand nalaat, was er een. Een andere was dat het graf diende als ‘de eeuwige woning voor de gestorvene’. De rijke etruskische gravenvormen getuigen daarvan. Een steeds grotere groep sloot zich aan bij de hoop op een paradijselijk oord, de Elysische velden als een aangenaam alternatief voor de onderwereld. De beschrijving van Vergilius heeft veel invloed gehad op de christelijke beeldvorming van hemel, hel en vagevuur. De gedachte aan een hiernamaals, een dodenrijk in gemeenschap met de Goden bóven de aarde, kwamen in die tijd voor het eerst in beeld via de mysteriegodsdiensten.

Ook de joden stonden tegen het eind van de oudtestamentische periode meer open voor de nieuwe opvattingen over een onsterfelijke ziel en de hoop op een uitzicht na de dood. De Farizeeën en Essenen zagen het hiernamaals als een prettig oord met veel groen, en duidden dat aan met de perzische term ‘paridaiza’, een equivalent van de Elysisiche velden. Andere groeperingen, zoals de Sadduceeën, wezen elk geloof in een voortbestaan af. In die debatten mengde zich ene Jezus van Nazareth, die sprak van het ‘koninkrijk Gods’, een rijk van vrede en gerechtigheid.


De Levensboom




Het evangelie geeft, anders dan in gelijkenissen waarin veel groen en leven voorkomt, geen beeld van het genoemde Koninkrijk Gods . Wel zijn de aanduidingen sprekend. We denken aan de joodse termen ‘in de schoot van Abraham’, de term paradaiza, ‘het huis van de vader met de vele woningen’, ‘intrek nemen bij de Heer’ en ‘een met Christus zijn’. Jezus zelf schildert de hemelse gemeenschap als een feestmaal, als een aanzitten met Abraham, Isaak en Jacob. Dit zinspeelt op twee heel wezenlijke kenmerken van het christelijk hiernamaals, namelijk ontmoeting en herkenning. Pas veel later, toen de gedachte over een eeuwig hemels verblijf voor de onsterfelijke ziel steeds concreter werd, vond men beelden om de bovennatuurlijke werkelijkheid weer te geven. De eerste beelden zijn gebaseerd op het boek ‘Openbaringen’. Het is Christus, zittend op een rijk versierde troon, met achter hem de muren van de hemelse stad, het verlichte nieuwe Jeruzalem. Zowel in heidense, joodse als christelijke grafteksten staat het paradijselijk bestaan garant voor de rust en vrede die de ziel daar zal vinden. Over wat men zich bij het hiernamaals moet voorstellen laten ook de hedendaagse theologen zich niet uit. Zij leggen zich neer bij de tekst. ‘Geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord, geen mens kan zich voorstellen, al wat God bereid heeft voor die hem liefhebben.’

Waar het woord paradijs wordt gebruikt denken we aan een park, een lusthof. Talrijke visioenen van alle tijden liggen daaraan ten grondslag. ‘In dat hemels paradijs, zo zegt Jezus in een visioen tegen Johannes, staat de Boom des Levens’. De hemelse hof blijkt een soort oerbeeld te zijn voor de hof van Eden uit het Genesisverhaal. Daar is de rivier met levenswater en de levensboom die altijd vruchten draagt. Ze staan voor de bron van alle leven en voor onsterfelijkheid. In het Hooglied staat de tuin symbool voor liefde en geluk. Ook de nieuwe schepping, door de dood en opstanding van Jezus, wordt weer geschetst in het decor van een tuin. Het levend water staat symbool voor het evangelie en voor de doop. In het Johannes-evangelie staat: ‘stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien’. Tenslotte keert het eind van de Bijbel, in de beschrijving van het nieuwe Jeruzalem, de eeuwig-levenschenkende levensboom opnieuw terug.


De Levensboom, tekening door Piet Gerrits

Over de eerste levensboom in het paradijs, niet te verwarren met de boom van goed en kwaad, gaat een legende, die ik u niet wil onthouden: Als Adam op het sterfbed ligt wordt Set door Eva naar het verloren paradijs gestuurd om de genezende olie van de levensboom te halen. Hij komt terug met een tak, die geplant wordt in de mond van de al overleden oervader, en vervolgens uitgroeit tot een boom die zo veel later het hout zou leveren voor het kruis van zijn nazaat Jezus Christus . Populair gezegd.: ‘wat Adam bedierf werd door Jezus hersteld’ Dieper filosofisch: ‘ juist Adams overtreding maakte de verlossing door Jezus Christus mogelijk.

De levensboom, de boom van eeuwig leven, zien we door de tijden heen in vele culturen gebruikt en afgebeeld. De legende van Adam zien we terug in de afbeeldingen waarin de Kerk wordt gesymboliseerd als een kruis van waaruit nieuwe takken ontspringen. In de middeleeuwen zien we een vertakkend en vruchtdragend kruis, waarbij de vruchten de deugden van Jezus afbeelden. Ook zien we de levensboom als scheiding tussen het O.T. en N.T., met aan de ene zijde slechts dorre bladeren en aan de andere zijde alleen frisgroen blad ten teken van eeuwig leven.



Wij menen dat tegen de achtergrond van deze bijzondere begraafplaats, misschien is ‘kerktuin’ een mooiere naam, het symbool van de boom met levend water een goede keuze is. Met Christus als voorbeeld en als bron van eeuwig leven moeten we ondanks alle trieste gebeurtenissen in het heden toch geloof in datzelfde heden blijven houden. Daarnaast zeker ook Geloof in de Toekomst, en ik hoop voor velen van U, geloof op ‘eeuwig leven’.

terug naar boven